Overzicht

Economisch forum

Het Duits-Nederlands economisch forum is een regelmatig plaatsvindende dialoog tussen vertegenwoordigers van economie en politiek uit Nederland en Duitsland. Daarbij gaat het om het verkennen van nieuwe samenwerkingsvelden, zowel in de industrie als op het gebied van dienstverlening. Het forum beoogt een inschatting te geven van de kansen en uitdagingen bij een nog intensievere samenwerking van de twee economieën in hun Europese context. Verdere informatie vindt u hier.

Terugblik 2015

Met de tegenwoordige economische en financiële crisis en actuele Europese vragen, zoals TTIP, migratiekwesties en de Euroscepsis, op de achtergrond kwamen op 24 juni 2015 vertegenwoordigers uit politiek, economie en wetenschap uit Nederland en Duitsland op de Erbdrostenhof te Münster bijeen om bilaterale economische betrekkingen te bespreken. Daarna discussieerden prominente deelnemers aanzetten tot oplossingen voor bestaande uitdagingen en problemen. Bij de daaraan aansluitende netwerkborrel konden enkele vragen in persoonlijke gesprekken worden verdiept. Hier kunt u de complete tekst en de fotogalerij zien. Voor video's kunt u bovendien op onze Youtube-Channel terecht.

Programma 2015

Het eerste Duits-Nederlands economisch forum op 24 juni 2015 in het Erbdrostenhof Münster vormde het begin van een reeks jaarlijks plaatsvindende bilaterale bijeenkomsten met het doel de economische samenwerking in Europa te intensiveren. Bij deze opmaat stonden vooral perspectieven en gemiste kansen centraal, maar ook risico’s in verband met de bilaterale Duits-Nederlandse economische betrekkingen. Naast presentaties van de sprekers en een discussieronde was er ook ruimte voor inhoudelijke uitwisseling en persoonlijke gesprekken. Hier kunt u het programma van het eerste economisch forum van juni 2015 bekijken.

Sprekers 2015

Aan het eerste Duits-Nederlands economisch forum zijn onder anderen de voorzitter van werkgeversvereniging VNO-NCW, Hans de Boer, de voorzitter van de Duitse industrievereniging BDI, Ulrich Grillo, en Aart Jan de Geus, bestuursvoorzitter van de Bertelsmann Stiftung aan het woord gekomen. Hier vindt u meer informatie over de sprekers.

Economische betrekkingen D/NL

Nederland was in 2014 voor Duitsland de op vier na belangrijkste handelspartner voor de export en de belangrijkste handelspartner voor de import. Duitsland is voor Nederland de eerste handelspartner, zowel qua uitvoer als qua invoer. Toch blijkt uit onderzoek altijd weer dat het handels­potentieel tussen de buurlanden niet optimaal wordt benut. Hier ervaart u meer over de oorzaken.

Leerstoel

Het Zentrum für Niederlande-Studien van de Westfälische Wilhelms-Universität Münster biedt sinds enkele jaren met groot succes zowel een interdisciplinaire bachelor- als ook een binationale masteropleiding Nederland-Duitsland-Studies aan. Op het gebied van geschiedenis, politiek, cultuur, communicatie, economie en recht worden studenten tot deskundigen met betrekking tot Nederland en Duitsland opgeleid. Het plan om een leerstoel in te richten heeft als doel de onderwerpen economie en recht in het onderwijs van het Zentrum für Niederlande-Studien nadrukkelijker een rol te laten spelen. Meer informatie over de leerstoel vindt u hier.

Organisatie en Partners

Economisch forum

Het Duits-Nederlands economisch forum is een regelmatig plaatsvindende dialoog tussen vertegenwoordigers van economie en politiek van beide landen. Daarbij gaat het om het verkennen van nieuwe samenwerkingsvelden, zowel in de industrie als op het gebied van dienstverlening.

Het eerste forum op 24 juni 2015 gaf een inschatting van de kansen en uitdagingen bij een nog intensievere samenwerking van de twee economieën in hun Europese context. Zo konden oplossingen worden gecreëerd voor de bestaande problematiek en voor onzekere factoren rond nationale en Europese regelingen.

Als sprekers waren experts uit de industriële sector in Duitsland en Nederland uitgenodigd, verder vertegenwoordigers van werkgevers- en werknemersorganisatie en deskundigen van overheid, politiek en wetenschap. De voordrachten en resultaten van de forumdiscussies zullen verschijnen in de reeks ‘Niederlande-Studien’ van het Zentrum für Niederlande-Studien aan de Westfälische Wilhelms-Universität Münster. Ze vormen de referentiebasis voor de instelling van de leerstoel Economie en Recht aan het Zentrum für Niederlande-Studien van de Westfälische Wilhelms-Universiteit.

Terugblik 2015

dnwf15_01
dnwf15_02
dnwf15_03
dnwf15_04
dnwf15_05
dnwf15_06
dnwf15_07
dnwf15_08
dnwf15_09
dnwf15_10
dnwf15_11
dnwf15_12
dnwf15_13
dnwf15_14
dnwf15_15
dnwf15_16
dnwf15_17
dnwf15_18
dnwf15_19
dnwf15_20
dnwf15_21
dnwf15_22
dnwf15_23
dnwf15_24
dnwf15_25
dnwf15_26
dnwf15_27
dnwf15_28
dnwf15_29
dnwf15_30
Fotos: Jürgen Peperhowe/Hermann Herden

De tandem Nederland-Duitsland als motor voor Europa

Het eerste Duits-Nederlandse Economische Forum in Münster discussieert over kansen en uitdagingen van de bilaterale betrekkingen

“De economische betrekkingen tussen Duitsland en Nederland zijn – als je het wereldwijd bekijkt – de nauwste”, zegt prof. Friso Wielenga, directeur van het Zentrum für Niederlande-Studien van de Westfälische Wilhelms-Universität Münster, bij de opening van het eerste Duits-Nederlandse Economische Forum, een gemeenschappelijk initiatief van het Zentrum für Niederlande-Studien en de Duits-Nederlandse Handelskamer.
Met de tegenwoordige economische en financiële crisis en actuele Europese vragen, zoals TTIP, migratiekwesties en de Euroscepsis, op de achtergrond kwamen op 24 juni 2015 vertegenwoordigers uit politiek, economie en wetenschap uit Nederland en Duitsland op de Erbdrostenhof te Münster bijeen om bilaterale economische betrekkingen te bespreken. Daarna discussieerden prominente deelnemers aanzetten tot oplossingen voor bestaande uitdagingen en problemen. Bij de daaraan aansluitende netwerkborrel konden enkele vragen in persoonlijke gesprekken worden verdiept.

Centraal stond de presentatie van actuele kansen en uitdagingen vanuit verschillende perspectieven: “Het steeds toenemende handelsvolumen van beide landen is inmiddels bijna vanzelfsprekend”, beklemtoonde de Nederlandse Consul-Generaal Ton Lansink in zijn welkomstwoord en voegde tegelijkertijd toe dat de Duits-Nederlandse betrekkingen vooral gekenmerkt worden door het feit dat ze ook in tijden van crisis stabiel zijn. Daarvoor zijn er ook historische, taalkundige en culturele redenen. Desondanks wordt de “as Nederland-Duitsland” nog vaak onderschat, aldus Aart Jan de Geus, bestuursvoorzitter van de Bertelsmann Stiftung in zijn statement: louter naar de grootte van beide landen kijkend, lijkt de as op het eerste gezicht asymmetrisch maar zij is als “fundamenteel” en als “motor binnen Europa” te beschouwen.

Nederland als partnerland op de Hannover Messe in 2014 en de regeringsconsultaties tussen de buurlanden in 2013 in Kleef benadrukken eens te meer het belang van deze samenwerking. Redenen ervoor zagen de experts vooral in de overeenkomsten tussen Nederland en Duitsland op het gebied van economische organisatie als de sociale markteconomie en vergelijkbare structurele voorwaarden: “Beide landen investeren vergelijkbaar weinig in onderwijs en onderzoek, hebben hoge productiekosten en hebben te maken met vergelijkbare vragen op het gebied van migratie en integratie”, legde Ulrich Grillo, voorzitter van het Bundesverband der Deutschen Industrie (BDI), uit. Voor de samenwerking van beide landen heeft men echter concrete projecten nodig om op andere gebieden de bilaterale coöperatie te bevorderen, accentueerde zijn Nederlandse collega, Hans de Boer, voorzitter van werkgeversorganisatie VNO-NCW. Er bestaan “terreinen die extra aandacht vragen”. Vooral investeringen in o.m. de infrastructuur en Trans-Europese Netwerken (TEN’s) zijn nodig. Tegelijkertijd stelde De Boer voor innovatieve ideeën te gebruiken en zijn land “als laboratorium” te beschouwen. Deze suggestie nam de presentatrice van de aansluitende discussie op het podium, anna Planken (WDR), als aanleiding om de bestuursvoorzitter van de Miele & Cie. KG, dr. Reinhard Zinkmann, te vragen of je als ondernemer niet gebruik zou moeten maken van dit aanbod. Zinkmann bevestigde vervolgens dat Nederland niet alleen de oudste buitenlandse markt van Miele was maar inderdaad ook vaak als testgebied voor nieuwe producten werd ingezet, vooral ook vanwege de grootte van het land.

Het “samen zijn we sterker”-effect dat prof. Kees van Paridon, econoom aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, in de discussie in dit verband beklemtoonde, bevestigde Aart Jan de Geus met het oog op sommige culturele verschillen: Nederlanders zijn eerder “pragmatisch, ondernemend, open en innovatief, de Duitsers daarentegen zorgvuldig, solide, betrouwbaar maar ook minder geneigd tot experimenten.” Dit pakte ook Grillo op: beide landen kunnen van elkaar leren. Op die manier dragen bijvoorbeeld de “Nederlandse structuren die in staat zijn zich aan te passen tot het succes van Duitse ondernemers” bij. De Duitse BDI-president voegde eraan toe: “Goede betrekkingen zijn niet vanzelfsprekend, men moet ze onderhouden en uitbreiden.” Hier noemde hij vanuit zijn visie vooral drie uitdagingen die alleen op Europees niveau opgelost zouden kunnen worden: energie, industrie 4.0 en TTIP.

Bij deze complexe onderwerpen is het bijzonder belangrijk om in beide landen en in geheel Europa de eventuele angst van de bevolking voor veranderingen serieus te nemen, zoals prof. dr. Reinhard Klenke, Regierungspräsident van het Regierungsbezirk Münster, in zijn slotwoord benadrukte. Op die manier zou men de visie van Aart Jan de Geus kunnen realiseren en “Nederland en Duitsland werken in Europees belang aan hetzelfde doel”. Alle sprekers moedigden vooral ook de aanwezige studenten aan om deel te nemen aan actuele binationale en Europese vragen en om de gemeenschappelijke toekomst actief te vormen. Klenke vroeg ter afsluiting alle aanwezigen om in dit verband de installatie van een voor beide landen belangrijke bijzonder hoogleraar economie en recht voor de Duits-Nederlandse betrekkingen, een initiatief van het Zentrum für Niederlande-Studien, te ondersteunen.

Programma van het forum

14:00 uur Begroeting
Prof. dr. Friso Wielenga
Directeur Zentrum für Niederlande-Studien, Universiteit Münster

14:05 uur Welkomstwoord
Ton Lansink
Consul-Generaal van het Koninkrijk der Nederlanden, Düsseldorf

Presentaties/Statements
14:10 uur
Hans de Boer
Voorzitter van werkgeversorganisatie VNO-NCW
Kansen en mogelijkheden: De bilaterale economische betrekkingen uit Nederlands perspectief

14:25 uur
Ulrich Grillo
Voorzitter van het Bundesverband der Deutschen Industrie (BDI)
Kansen en mogelijkheden: De bilaterale economische betrekkingen uit Duits perspectief

14:40 uur
Aart Jan de Geus
Bestuursvoorzitter van de Bertelsmann Stiftung
Duitsland en Nederland: Economische partners in Europa

15:00 uur
Pauze

15:20 uur
Discussieronde
"Kansen en risico’s voor de bilaterale economie"
Hans de Boer, VNO-NCW
Ulrich Grillo, BDI
Aart Jan de Geus, Bertelsmann Stiftung
Prof. dr. Kees van Paridon, Erasmus-Universiteit Rotterdam
Dr. Reinhard Zinkann, Miele & Cie. KG

16:10 Uhr Slotwoord
Prof. dr. Reinhard Klenke
Regierungspräsident van het Regierungsbezirk Münster

16:20 uur Netwerkborrel

17:30 uur Einde van de bijeenkomst

Sprekers en presentatrice

Hans de Boer

Hans de Boer

VNO-NCW

Hans de Boer is sinds 2014 voorzitter van de grootste Nederlandse werkgeversorganisatie VNO-NCW. De Boer studeerde econometrie en openbare financiën aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij was daarvoor als politiek adviseur voor de Nederlandse regering op de Antillen werkzaam, voorzitter van de werkgeversorganisatie MKB-Nederland en vijf jaar lang bestuurslid van de Sociaal-Economische Raad (SER).

Ulrich Grillo

Ulrich Grillo

BDI

Ulrich Grillo is sinds 2013 voorzitter van het Bundesverband der Deutschen Industrie (BDI) in Berlijn. Grillo is eveneens mede-eigenaar van de Grillo-fabrieken in Duisburg, die sinds 2004 onder zijn leiding staan. Vanaf 2003 maakte Grillo deel uit van het presidium van de branchevereniging Metalle, vanaf 2006 leidde hij de beleidscommissie voor (onbewerkte) grondstoffen bij het BDI. In 2011 werd hij tot vice-voorzitter, in 2013 tot voorzitter van het BDI gekozen.

Aart Jan de Geus

Aart Jan de Geus

Bertelsmann Stiftung

Aart Jan de Geus is een Nederlandse politicus (CDA) en huidig bestuursvoorzitter van de Bertelsmann Stiftung, een politiek-economisch adviesorgaan in Duitsland. Voorheen was De Geus plaatsvervangend secretaris-generaal van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) in Parijs. De Geus was van 2002 tot 2003 minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport evenals van 2002 tot 2007 minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Prof. Kees van Paridon

Prof. Kees van Paridon

Erasmus-Universität Rotterdam

Prof. dr. Kees van Paridon werkte sinds zijn promotie in 1987 allereerst voor het Nederlandse Centraal Planbureau (CPB) aan economische prognoses. Van 1992 tot 2002 was hij bovendien buitengewoon hoogleraar voor economische ontwikkeling in Duitsland en Duits-Nederlandse economische betrekkingen aan de Vrije Universiteit Amsterdam. In 1999 werd Van Paridon professor in de economie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Dr. Reinhard Zinkann

Dr. Reinhard Zinkann

Miele/DNHK

Dr. Reinhard Zinkann is de achterkleinzoon van de gelijknamige mede-oprichter van het Duitse traditionele familiebedrijf Miele & Cie. KG. Na zijn ingenieursstudie tot gediplomeerd koopman promoveerde hij in 1988 aan de Technische Universiteit Berlijn. Sinds 1999 is hij naast directeur ook mede-eigenaar van de producent van huishoudapparatuur met wereldwijd vestigingen in 47 landen. Dr. Zinkann is tevens bestuurslid van de DNHK.

Anna Planken

Anna Planken

WDR

Anna Planken is televisiepresentatrice voor de Duitse zender WDR. Zij presenteert het economisch forum. Vanaf 2007 presenteerde zij o.a. een lokale uitzending voor de regio Bonn, het vrijetijdsprogramma „Schön hier“, de „ARD-Ratgeber: Recht“ en het ARD-ochtendprogramma evenals de „Aktuelle Stunde“ op WDR. In juni 2012 nam Planken de hoofdpresentatie van het economische en consumentenprogramma „Markt“ over.

Economische betrekkingen D/NL

Nederland was in 2014 voor Duitsland achter Frankrijk, de VS, de UK en China de op vier na belangrijkste handelspartner voor de export en de belangrijkste handelspartner voor de import. Duitsland is voor Nederland de eerste handelspartner, zowel qua uitvoer als qua invoer. „De economische relatie tussen beide landen kan alleen in superlatieven worden beschreven“, zei minister-president Mark Rutte bij de opening van de Hannover Messe 2014, waarbij Nederland partnerland was.

Toch blijkt uit onderzoek altijd weer dat het handelspotentieel tussen de buurlanden niet optimaal wordt benut. Debet daaraan zijn o. a. gebrek aan kennis van het andere land, verschillen in economische en maatschappelijke structuren evenals verschillende wettelijke regelingen en voorschriften. Ook het feit dat Duitsers en Nederlanders elkaars taal onvoldoende spreken, speelt hier een grote rol.

Traditioneel nauwe betrekkingen

Duitsland en Nederland onderhouden traditioneel nauwe politieke en culturele betrekkingen en zijn ook economisch sterk met elkaar vervlochten. “Aan de Nederlandse kant van de grens bestaan zo’n 2.200 Duitse vestigingen, in Duitsland zo’n 1.600 vestigingen met een Nederlands moederbedrijf”, aldus de Nederlands-Duitse Handelskamer (DNHK). De hechte economische band tussen Duitsland en Nederland komt verder tot uitdrukking in het cijfer van 16.000 grenspendelaars, die in Duitsland wonen en in Nederland werken. Omgekeerd wonen er 70.000 Duitse staatsburgers in Nederland, waarvan er 27.000 ook in Nederland werken.

Het Nederlandse poldermodel oogstte in Duitsland lang grote bewondering. Vooral in de jaren negentig werd de economie gekenmerkt door lage werkloosheid en sterke economische groei. Bij het begin van de economische en financiële crisis belandde Nederland in een recessie en er werd een strikt bezuinigingsbeleid ingezet. Afgezien van de export vertoonden in 2013 bijna alle bbp-componenten negatieve cijfers. De omvang van de export bereikte een recordwaarde van 430 miljard euro. De voornaamste afnemers van Nederlandse goederen buiten de landsgrenzen bevinden zich in het buurland Duitsland: in 2013 passeerden goederen ter waarde van 160 miljard euro de grens.

Gemiste kansen

De Nederlandse exportfederatie FENEDEX (2011) heeft berekend dat Nederland elk jaar goederen ter waarde van vele miljarden euro extra naar Duitsland zou kunnen exporteren als er meer kennis zou bestaan van Duitse omgangsvormen, Duitse wetten en de Duitse taal. Uit het onderzoek blijkt duidelijk dat de problematiek rond de exportontwikkeling haar oorsprong vindt in de verschillende politieke, economische en juridische structuren. De ontbrekende kennis van het andere land speelt hier een beslissende rol

Bernard Wientjes, van 2005 tot juli 2014 voorzitter van de Nederlandse ondernemingsorganisatie VNO-NCW, onderstreepte in januari 2011 in de Volkskrant het belang van uitbreiding van de samenwerking tussen Nederland en Duitsland. „ Wij moeten onze goede buur koesteren.“ Tegenover de Nederlands-Duitse Handelskamer pleitte hij ervoor dat ondernemers, overheid en politiek alsook scholen en universiteiten in Nederland zich permanent inzetten voor een goede en vruchtbare samenwerking met Duitsland. Hier is duidelijk een taak weggelegd voor universiteiten en hogescholen.

Export als steun

De cijfers spreken een duidelijke taal. Afgelopen jaar werden tussen onze beide landen goederen ter waarde van in totaal 160 miljard euro over de grens vervoerd – ondanks de crisis een nieuw record. Ook de Nederlandse investeringen in Duitsland groeien elk jaar verder en belopen nu meer dan 122 miljard euro. Geen enkel ander land heeft ook maar bij benadering zoveel in Duitsland geïnvesteerd. Na de Verenigde Staten en Canada hebben onze beide landen de omvangrijkste bilaterale economische betrekkingen ter wereld.

Mark Rutte, Nederlandse minister-president tijdens de eerste regeringsconsultatie tussen Nederland en Duitsland op kabinetsniveau 2013 in Kleve

Hauptabnehmerländer der Niederlande 2012
Hauptlieferländer der Niederlande 2012

Relatie in cijfers

0
procent van de Nederlandse export ging in 2013 naar Duitsland
0
Duitse bedrijfsvestigingen in Nederland
0
Nederlandse bedrijfsvestigingen in Duitsland
0
Duitse grensarbeiders in Nederland

De leerstoel

Het Zentrum für Niederlande-Studien van de Westfälische Wilhelms-Universität Münster biedt sinds enkele jaren met groot succes zowel een interdisciplinaire bachelor- als ook een binationale masteropleiding Nederland-Duitsland-Studies aan. Op het gebied van geschiedenis, politiek, cultuur, communicatie, economie en recht worden studenten tot deskundigen met betrekking tot Nederland en Duitsland – tot bruggenbouwers tussen beide landen – opgeleid. Het plan om een leerstoel in te richten heeft als doel de onderwerpen economie en recht in het onderwijs van het Zentrum für Niederlande-Studien nadrukkelijker een rol te laten spelen. In het kader van de geplande onderzoeksactiviteiten zullen verder strategieën voor genoemde specifieke problemen en concrete praktijkoplossingen worden ontwikkeld.

De leerstoelhouder heeft de taak om wetenschappelijk onderzoek te doen naar de Duits-Nederlandse economische betrekkingen in een Europees referentiekader. In het bijzonder dient hij of zij zich bezig te houden met het vraagstuk van de exportvoorwaarden tussen de beide landen. In samenwerking met collega’s van andere universiteiten en onderzoeksinstituten alsook met specialisten in de industriële sector zelf dienen nieuwe onderzoeksvelden te worden ontsloten. Hierbij valt te denken aan een vergelijking van de regionale economische banden van de Duits-Nederlandse situatie met die van andere buurlanden in Europa. Dit kan worden onderzocht in het kader van gemeenschappelijke Europese onderzoeksprojecten.

De nieuwe studievariant zal worden afgestemd met de faculteiten Economie en Recht aan de Westfälische Wilhelms-Universität Münster; voor de master is een nauwe samenwerking nodig met de Radboud Universiteit Nijmegen. In beide gevallen zullen gezamenlijke onderzoeksprojecten worden geïnitieerd. Colleges van de nieuwe leerstoel kunnen ook worden opgenomen in het collegeaanbod van de betrokken faculteiten. Verder zullen er colleges in het postuniversitaire scholingsprogramma worden aangeboden.

Verdere informatie over de leerstoel vindt u in een extra brochure.

Wilt u het initiatief voor de bijzonder hoogleraar voor economie en recht aan het Zentrum für Niederlande-Studien aan de WWU Münster steunen of hebt u vragen over het proces, richt u zich alstublieft tot prof. dr. Friso Wielenga, directeur van het Zentrum für Niederlande-Studien. Hij is bereikbaar via telefoon, 0049-(0)251-83 28511, of per mail, wielenga@uni-muenster.de.

Supporters

De leerstoel Economie en Recht aan het Zentrum für Niederlande-Studien biedt een uitstekende gelegenheid om de Duits-Nederlandse economische betrekkingen duurzaam verder te ontwikkelen.

Dr. h c. Wim Kok

Dr. h c. Wim Kok

Oud-premier

Het Zentrum für Niederlande-Studien heeft sinds zijn oprichting 25 jaar geleden steeds de Duits-Nederlandse betrekkingen in het vizier gehad. De instelling van een leerstoel is een logisch vervolg op deze succesvolle activiteiten.

Prof. mr. dr. Jan Peter Balkenende

Prof. mr. dr. Jan Peter Balkenende

Oud-premier en voorzitter Nederlandse stuurgroep van het Nederlands-Duitse Forum

Een versterking van de Duits-Nederlandse economische, culturele en politieke betrekkingen vormt een wezenlijk bestanddeel van ons zelfbeeld als lid van de Europese Unie. De leerstoel is een belangrijke stap en een bepalend instrument om dat doel te bereiken.

Prof. dr. Rita Süßmuth

Prof. dr. Rita Süßmuth

Oud-voorzitter Duitse Bondsdag en voorzitter Duitse stuurgroep van het Nederlands-Duitse Forum

Nederlandse firma’s en hun Duitse partners hebben samen een enorm vermogen om de concurrentiepositie van beide landen ook in de toekomst verder te verstevigen. Dat is goed voor alle betrokkenen en natuurlijk ook voor Europa. Een goed onderling begrip is essentieel voor een optimale Duits-Nederlandse samenwerking. Met de leerstoel Economie en Recht zal het Zentrum für Niederlande-Studien hieraan ongetwijfeld een waardevolle bijdrage leveren.

Monique T. G. van Daalen

Monique T. G. van Daalen

Ambassadrice van Nederland in Berlijn

De instelling van de leerstoel zou onze grensoverschrijdende samenwerking op veel punten nadrukkelijk bevorderen.

Prof. dr. Reinhard Klenke

Prof. dr. Reinhard Klenke

Regierungspräsident Münster

Wanneer de im- en export en de grensoverschrijdende samenwerking in industrie en handel verder worden ontwikkeld, zal de toegevoegde waarde aan beide kanten van de grens worden vergroot. De leerstoel levert hieraan een belangrijke bijdrage.

Dr. Benedikt Hüffer

Dr. Benedikt Hüffer

Voorzitter Kamer van Koophandel Münster

De leerstoel Economie en Recht aan het Zentrum für Niederlande-Studien is een verrijking van de economische standplaats Münster en we zouden deze bijzonder graag ondergebracht zien in het Haus der Niederlande.

Markus Lewe

Markus Lewe

Burgemeester Münster