Overzicht

Economisch forum

Het Duits-Nederlands economisch forum is een regelmatig plaatsvindende dialoog tussen vertegenwoordigers van economie en politiek uit Nederland en Duitsland. Daarbij gaat het om het verkennen van nieuwe samenwerkingsvelden, zowel in de industrie als op het gebied van dienstverlening. Het forum beoogt een inschatting te geven van de kansen en uitdagingen bij een nog intensievere samenwerking van de twee economieën in hun Europese context. Verdere informatie vindt u hier.

Programma 2017

Het eerste Duits-Nederlands economisch forum op 24 juni 2015 in het Erbdrostenhof Münster vormde het begin van een reeks regelmatig plaatsvindende bilaterale bijeenkomsten met het doel de economische samenwerking in Europa te intensiveren. Bij deze opmaat stonden vooral perspectieven en gemiste kansen centraal, maar ook risico’s in verband met de bilaterale Duits-Nederlandse economische betrekkingen. Naast presentaties van de sprekers en discussies is er ook ruimte voor inhoudelijke uitwisseling en persoonlijke gesprekken. Hier kunt u het programma van het eerste economisch forum van juni 2017 bekijken.

Sprekers

Aan het eerste Duits-Nederlands economisch forum zijn onder anderen de voorzitter van werkgeversvereniging VNO-NCW, Hans de Boer, de voorzitter van de Duitse industrievereniging BDI, Ulrich Grillo, en Aart Jan de Geus, bestuursvoorzitter van de Bertelsmann Stiftung aan het woord gekomen. Hier vindt u meer informatie over de sprekers van het Duits-Nederlands economisch forum 2017.

Terugblik 2015

Met de tegenwoordige economische en financiële crisis en actuele Europese vragen, zoals TTIP, migratiekwesties en de Euroscepsis, op de achtergrond kwamen op 24 juni 2015 vertegenwoordigers uit politiek, economie en wetenschap uit Nederland en Duitsland op de Erbdrostenhof te Münster bijeen om bilaterale economische betrekkingen te bespreken. Daarna discussieerden prominente deelnemers aanzetten tot oplossingen voor bestaande uitdagingen en problemen. Bij de daaraan aansluitende netwerkborrel konden enkele vragen in persoonlijke gesprekken worden verdiept. Hier kunt u de complete tekst en de fotogalerij zien. Voor video's kunt u bovendien op onze Youtube-Channel terecht.

Economische betrekkingen D/NL

Nederland was in 2014 voor Duitsland de op vier na belangrijkste handelspartner voor de export en de belangrijkste handelspartner voor de import. Duitsland is voor Nederland de eerste handelspartner, zowel qua uitvoer als qua invoer. Toch blijkt uit onderzoek altijd weer dat het handels­potentieel tussen de buurlanden niet optimaal wordt benut. Hier ervaart u meer over de oorzaken.

Gasthoogleraarschap

Het Zentrum für Niederlande-Studien van de Westfälische Wilhelms-Universität Münster biedt sinds enkele jaren met groot succes zowel een interdisciplinaire bachelor- als ook een binationale masteropleiding Nederland-Duitsland-Studies aan. Op het gebied van geschiedenis, politiek, cultuur, communicatie, economie en recht worden studenten tot deskundigen met betrekking tot Nederland en Duitsland opgeleid. Het gasthoogleraarschap heeft als doel de onderwerpen economie en recht in het onderwijs van het Zentrum für Niederlande-Studien nadrukkelijker een rol te laten spelen. Meer informatie over het gasthoogleraarschap vindt u hier.

Organisatie en Partners

Economisch forum

Het Duits-Nederlands economisch forum is een regelmatig plaatsvindende dialoog tussen vertegenwoordigers van economie en politiek van beide landen. Daarbij gaat het om het verkennen van nieuwe samenwerkingsvelden, zowel in de industrie als op het gebied van dienstverlening. Het eerste forum op 24 juni 2015 gaf een inschatting van de kansen en uitdagingen bij een nog intensievere samenwerking van de twee economieën in hun Europese context. Zo konden oplossingen worden gecreëerd voor de bestaande problematiek en voor onzekere factoren rond nationale en Europese regelingen.

Terugblik 2015

dnwf15_01
dnwf15_02
dnwf15_03
dnwf15_04
dnwf15_05
dnwf15_06
dnwf15_07
dnwf15_08
dnwf15_09
dnwf15_10
dnwf15_11
dnwf15_12
dnwf15_13
dnwf15_14
dnwf15_15
dnwf15_16
dnwf15_17
dnwf15_18
dnwf15_19
dnwf15_20
dnwf15_21
dnwf15_22
dnwf15_23
dnwf15_24
dnwf15_25
dnwf15_26
dnwf15_27
dnwf15_28
dnwf15_29
dnwf15_30
Fotos: Jürgen Peperhowe/Hermann Herden

De tandem Nederland-Duitsland als motor voor Europa

Het eerste Duits-Nederlandse Economische Forum in Münster discussieert over kansen en uitdagingen van de bilaterale betrekkingen

“De economische betrekkingen tussen Duitsland en Nederland zijn – als je het wereldwijd bekijkt – de nauwste”, zegt prof. Friso Wielenga, directeur van het Zentrum für Niederlande-Studien van de Westfälische Wilhelms-Universität Münster, bij de opening van het eerste Duits-Nederlandse Economische Forum, een gemeenschappelijk initiatief van het Zentrum für Niederlande-Studien en de Duits-Nederlandse Handelskamer.
Met de tegenwoordige economische en financiële crisis en actuele Europese vragen, zoals TTIP, migratiekwesties en de Euroscepsis, op de achtergrond kwamen op 24 juni 2015 vertegenwoordigers uit politiek, economie en wetenschap uit Nederland en Duitsland op de Erbdrostenhof te Münster bijeen om bilaterale economische betrekkingen te bespreken. Daarna discussieerden prominente deelnemers aanzetten tot oplossingen voor bestaande uitdagingen en problemen. Bij de daaraan aansluitende netwerkborrel konden enkele vragen in persoonlijke gesprekken worden verdiept.

Centraal stond de presentatie van actuele kansen en uitdagingen vanuit verschillende perspectieven: “Het steeds toenemende handelsvolumen van beide landen is inmiddels bijna vanzelfsprekend”, beklemtoonde de Nederlandse Consul-Generaal Ton Lansink in zijn welkomstwoord en voegde tegelijkertijd toe dat de Duits-Nederlandse betrekkingen vooral gekenmerkt worden door het feit dat ze ook in tijden van crisis stabiel zijn. Daarvoor zijn er ook historische, taalkundige en culturele redenen. Desondanks wordt de “as Nederland-Duitsland” nog vaak onderschat, aldus Aart Jan de Geus, bestuursvoorzitter van de Bertelsmann Stiftung in zijn statement: louter naar de grootte van beide landen kijkend, lijkt de as op het eerste gezicht asymmetrisch maar zij is als “fundamenteel” en als “motor binnen Europa” te beschouwen.

Nederland als partnerland op de Hannover Messe in 2014 en de regeringsconsultaties tussen de buurlanden in 2013 in Kleef benadrukken eens te meer het belang van deze samenwerking. Redenen ervoor zagen de experts vooral in de overeenkomsten tussen Nederland en Duitsland op het gebied van economische organisatie als de sociale markteconomie en vergelijkbare structurele voorwaarden: “Beide landen investeren vergelijkbaar weinig in onderwijs en onderzoek, hebben hoge productiekosten en hebben te maken met vergelijkbare vragen op het gebied van migratie en integratie”, legde Ulrich Grillo, voorzitter van het Bundesverband der Deutschen Industrie (BDI), uit. Voor de samenwerking van beide landen heeft men echter concrete projecten nodig om op andere gebieden de bilaterale coöperatie te bevorderen, accentueerde zijn Nederlandse collega, Hans de Boer, voorzitter van werkgeversorganisatie VNO-NCW. Er bestaan “terreinen die extra aandacht vragen”. Vooral investeringen in o.m. de infrastructuur en Trans-Europese Netwerken (TEN’s) zijn nodig. Tegelijkertijd stelde De Boer voor innovatieve ideeën te gebruiken en zijn land “als laboratorium” te beschouwen. Deze suggestie nam de presentatrice van de aansluitende discussie op het podium, anna Planken (WDR), als aanleiding om de bestuursvoorzitter van de Miele & Cie. KG, dr. Reinhard Zinkmann, te vragen of je als ondernemer niet gebruik zou moeten maken van dit aanbod. Zinkmann bevestigde vervolgens dat Nederland niet alleen de oudste buitenlandse markt van Miele was maar inderdaad ook vaak als testgebied voor nieuwe producten werd ingezet, vooral ook vanwege de grootte van het land.

Het “samen zijn we sterker”-effect dat prof. Kees van Paridon, econoom aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, in de discussie in dit verband beklemtoonde, bevestigde Aart Jan de Geus met het oog op sommige culturele verschillen: Nederlanders zijn eerder “pragmatisch, ondernemend, open en innovatief, de Duitsers daarentegen zorgvuldig, solide, betrouwbaar maar ook minder geneigd tot experimenten.” Dit pakte ook Grillo op: beide landen kunnen van elkaar leren. Op die manier dragen bijvoorbeeld de “Nederlandse structuren die in staat zijn zich aan te passen tot het succes van Duitse ondernemers” bij. De Duitse BDI-president voegde eraan toe: “Goede betrekkingen zijn niet vanzelfsprekend, men moet ze onderhouden en uitbreiden.” Hier noemde hij vanuit zijn visie vooral drie uitdagingen die alleen op Europees niveau opgelost zouden kunnen worden: energie, industrie 4.0 en TTIP.

Bij deze complexe onderwerpen is het bijzonder belangrijk om in beide landen en in geheel Europa de eventuele angst van de bevolking voor veranderingen serieus te nemen, zoals prof. dr. Reinhard Klenke, Regierungspräsident van het Regierungsbezirk Münster, in zijn slotwoord benadrukte. Op die manier zou men de visie van Aart Jan de Geus kunnen realiseren en “Nederland en Duitsland werken in Europees belang aan hetzelfde doel”. Alle sprekers moedigden vooral ook de aanwezige studenten aan om deel te nemen aan actuele binationale en Europese vragen en om de gemeenschappelijke toekomst actief te vormen. Klenke vroeg ter afsluiting alle aanwezigen om in dit verband de installatie van een voor beide landen belangrijke bijzonder hoogleraar economie en recht voor de Duits-Nederlandse betrekkingen, een initiatief van het Zentrum für Niederlande-Studien, te ondersteunen.

Programma van het forum 2017

13:00 uur Begroeting
Prof. dr. Friso Wielenga
Prof. dr. Kees van Paridon

Nationale reacties en politieke ontwikkelingen

13:15 uur
dr. Rem Korteweg
De Brexit en de Britten

13:45 uur
drs. Monika Sie Dhian Ho
De Nederlandse houding ten opnzichte van de Brexit

14:15 uur
Prof. dr. Paul Welfens
Brexitproblemen, de noodzaak voor euro-hervormingen en trans-Antlantische perspectieven

14:45 uur Discussieronde

15:30 uur Pauze

Economische gevolgen van de Brexit

16:00 uur
Prof. dr. Kees van Paridon
De Brexit en de economische consequenties voor Nederland en Duitsland

16:30 uur
Günter Gülker
Wat betekent dit voor het bedrijfsleven?

17:o0 uur Discussieronde

17:30 uur Einde van de bijeenkomst en netwerkborrel

Sprekers 2017

Günter Gülker

Günter Gülker

DNHK

Günter Gülker is sinds 2013 CEO van de in Den Haag gevestigde Duits-Nederlands Handelskamer (DNHK). Voor zijn aantreden als CEO was Günter Gülker sinds 2004 plaatsvervangend directeur van de DNHK. Hij gaf leiding aan de afdeling exportadvies van de Handelskamer en heeft zich daarbij bewezen als expert op het gebied van advisering bij het betreden van de Duitse markt. Verder was Günter Gülker in de jaren 2011 en 2012 tevens plaatsvervangend directeur van de Duitse Industrie- en Handelskamer voor Zuidelijk Afrika in Johannesburg.

dr. Rem Korteweg

dr. Rem Korteweg

Clingendael

Dr. Rem Korteweg is hoofd van de Europe in the world-unit bij Instituut Clingendael. Hij is gepromoveerd in de politieke wetenschappen aan de Universiteit Leiden. Van 2013 tot 2017 werkte hij als senior research fellow bij het Centre for European Reform in Londen, waar hij zich bezighield met vraagstukken op het gebied van Europees buitenlands- en handelsbeleid. Hij is lid van de commissie vrede en veiligheid van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV), een officieel adviesorgaan van de Nederlandse regering.

Prof. dr. Kees van Paridon

Prof. dr. Kees van Paridon

Erasmus Universiteit Rotterdam

Prof. dr. Kees van Paridon werkte sinds zijn promotie in 1987 eerst voor het Nederlandse Centraal Planbureau (CPB) aan economische prognoses. Van 1992 tot 2002 was hij bovendien buitengewoon hoogleraar voor economische ontwikkeling in Duitsland en Duits-Nederlandse economische betrekkingen aan de Vrije Universiteit Amsterdam. In 1999 werd Van Paridon professor in de economie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

drs. Monika Sie Dhian Ho

drs. Monika Sie Dhian Ho

Clingendael

Monika Sie Dhian Ho is directeur van Instituut Clingendael. Aan de Erasmus Universiteit Rotterdam studeerde en doceerde ze politicologie. Voor haar functie bij Clingendael was Monika Sie Dhian Ho directeur van de sociaaldemocratische Wiardi Beckman Stichting. Verder is ze docent aan de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur en vicevoorzitter van de commissie Europese integratie in de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV).

Prof. dr. Paul Welfens

Prof. dr. Paul Welfens

Bergische Universität Wuppertal

Prof. Dr. Paul Welfens is hoogleraar bij de leerstoel Jean Monnet Chair for European Economic Integration aan de Universität Wuppertal. Tevens is hij werkzaam als de voorzitter van het Europäisches Institut für internationale Wirtschaftsbeziehungen (EIIW). Van 2007 tot 2008 behield hij het gasthoogleraarschap van de leerstoel Alfred Gosser bij de Science Po Paris. Welfens is bovendien IZA Research Fellow in Bonn en was eerder werkzaam bij de AICGS Washington USA als McCloy Distinguished Research Fellow.

Prof. dr. Friso Wielenga

Prof. dr. Friso Wielenga

ZNS/WWU Münster

Prof. Dr. Friso Wielenga is sinds 1999 professor voor moderne en eigentijdse geschiedenis en directeur van het Zentrum für Niederlande-Studien (ZNS) aan de Westfälische Wilhelms-Universität Münster. Daarvoor doceerde hij aan de Rijksuniversiteit Groningen en aan de Universiteit Utrecht, waar hij o.a. buitengewoon hoogleraar voor moderne Duitse geschiedenis en voor Nederlands-Duitse betrekkingen was.

Economische betrekkingen D/NL

Nederland was in 2014 voor Duitsland achter Frankrijk, de VS, de UK en China de op vier na belangrijkste handelspartner voor de export en de belangrijkste handelspartner voor de import. Duitsland is voor Nederland de eerste handelspartner, zowel qua uitvoer als qua invoer. „De economische relatie tussen beide landen kan alleen in superlatieven worden beschreven“, zei minister-president Mark Rutte bij de opening van de Hannover Messe 2014, waarbij Nederland partnerland was.

Toch blijkt uit onderzoek altijd weer dat het handelspotentieel tussen de buurlanden niet optimaal wordt benut. Debet daaraan zijn o. a. gebrek aan kennis van het andere land, verschillen in economische en maatschappelijke structuren evenals verschillende wettelijke regelingen en voorschriften. Ook het feit dat Duitsers en Nederlanders elkaars taal onvoldoende spreken, speelt hier een grote rol.

Traditioneel nauwe betrekkingen

Duitsland en Nederland onderhouden traditioneel nauwe politieke en culturele betrekkingen en zijn ook economisch sterk met elkaar vervlochten. “Aan de Nederlandse kant van de grens bestaan zo’n 2.200 Duitse vestigingen, in Duitsland zo’n 1.600 vestigingen met een Nederlands moederbedrijf”, aldus de Nederlands-Duitse Handelskamer (DNHK). De hechte economische band tussen Duitsland en Nederland komt verder tot uitdrukking in het cijfer van 16.000 grenspendelaars, die in Duitsland wonen en in Nederland werken. Omgekeerd wonen er 70.000 Duitse staatsburgers in Nederland, waarvan er 27.000 ook in Nederland werken.

Het Nederlandse poldermodel oogstte in Duitsland lang grote bewondering. Vooral in de jaren negentig werd de economie gekenmerkt door lage werkloosheid en sterke economische groei. Bij het begin van de economische en financiële crisis belandde Nederland in een recessie en er werd een strikt bezuinigingsbeleid ingezet. Afgezien van de export vertoonden in 2013 bijna alle bbp-componenten negatieve cijfers. De omvang van de export bereikte een recordwaarde van 430 miljard euro. De voornaamste afnemers van Nederlandse goederen buiten de landsgrenzen bevinden zich in het buurland Duitsland: in 2013 passeerden goederen ter waarde van 160 miljard euro de grens.

Gemiste kansen

De Nederlandse exportfederatie FENEDEX (2011) heeft berekend dat Nederland elk jaar goederen ter waarde van vele miljarden euro extra naar Duitsland zou kunnen exporteren als er meer kennis zou bestaan van Duitse omgangsvormen, Duitse wetten en de Duitse taal. Uit het onderzoek blijkt duidelijk dat de problematiek rond de exportontwikkeling haar oorsprong vindt in de verschillende politieke, economische en juridische structuren. De ontbrekende kennis van het andere land speelt hier een beslissende rol

Bernard Wientjes, van 2005 tot juli 2014 voorzitter van de Nederlandse ondernemingsorganisatie VNO-NCW, onderstreepte in januari 2011 in de Volkskrant het belang van uitbreiding van de samenwerking tussen Nederland en Duitsland. „ Wij moeten onze goede buur koesteren.“ Tegenover de Nederlands-Duitse Handelskamer pleitte hij ervoor dat ondernemers, overheid en politiek alsook scholen en universiteiten in Nederland zich permanent inzetten voor een goede en vruchtbare samenwerking met Duitsland. Hier is duidelijk een taak weggelegd voor universiteiten en hogescholen.

Export als steun

De cijfers spreken een duidelijke taal. Afgelopen jaar werden tussen onze beide landen goederen ter waarde van in totaal 160 miljard euro over de grens vervoerd – ondanks de crisis een nieuw record. Ook de Nederlandse investeringen in Duitsland groeien elk jaar verder en belopen nu meer dan 122 miljard euro. Geen enkel ander land heeft ook maar bij benadering zoveel in Duitsland geïnvesteerd. Na de Verenigde Staten en Canada hebben onze beide landen de omvangrijkste bilaterale economische betrekkingen ter wereld.

Mark Rutte, Nederlandse minister-president tijdens de eerste regeringsconsultatie tussen Nederland en Duitsland op kabinetsniveau 2013 in Kleve

Hauptabnehmerländer der Niederlande 2012
Hauptlieferländer der Niederlande 2012

Relatie in cijfers

0
procent van de Nederlandse export ging in 2013 naar Duitsland
0
Duitse bedrijfsvestigingen in Nederland
0
Nederlandse bedrijfsvestigingen in Duitsland
0
Duitse grensarbeiders in Nederland

Gasthoogleraarschap

Het Zentrum für Niederlande-Studien (ZNS) van de Westfälische Wilhelms-Universität Münster biedt sinds enkele jaren met groot succes zowel een interdisciplinaire bachelor- als ook een binationale masteropleiding Nederland-Duitsland-Studies aan. Op het gebied van geschiedenis, politiek, cultuur, communicatie, economie en rechten worden studenten opgeleid tot deskundigen met betrekking tot Nederland en Duitsland – en tot bruggenbouwers tussen beide landen.

Ter versterking van het economisch profiel is sinds oktober 2016 het gasthoogleraarschap “Nederlands-Duitse economische betrekkingen in Europese context” ingesteld. De leerstoel wordt op dit moment bekleed door Prof. Dr. Kees van Paridon. Hij verzorgt twee collegecycli per jaar. Daarnaast begeleidt hij bachelor- en masterscripties op het terrein van de leerstoel. Van Paridon geeft één keer per jaar in het ZNS een openbare lezing over een thema uit zijn onderzoeksgebied. Deze lezing wordt in het jaarboek van het ZNS gepubliceerd.

Prof. Dr. Kees van Paridon heeft de taak om wetenschappelijk onderzoek te doen naar de Duits-Nederlandse economische betrekkingen in een Europees referentiekader. In het bijzonder houdt hij zich bezig met de verbetering van de exportvoorwaarden tussen de beide landen. In samenwerking met collega’s van andere universiteiten en onderzoeksinstituten, alsook met specialisten uit de industriële sector zelf, zullen nieuwe onderzoeksvelden worden ontsloten. Hierbij valt te denken aan een vergelijking van de regionale economische banden van de Duits-Nederlandse situatie met die van andere buurlanden in Europa. Bovendien kan dit worden onderzocht in het kader van gemeenschappelijke Europese onderzoeksprojecten.

Jaarlijks organiseert Van Paridon, naast zijn werkzaamheden in onderzoek en onderwijs, in samenwerking met andere stafleden van het Zentrum en met de Duits-Nederlandse Kamer van Koophandel (DNHK) een Duits-Nederlandse economische conferentie onder de naam “Duits-Nederlands economisch forum”.

Van Paridon versterkt het universitaire onderwijs binnen de bachelor- en masteropleidingen Nederland-Duitsland-Studies, evenals het onderzoek van het ZNS. De Duits-Nederlandse Kamer van Koophandel in Den Haag en de vereniging van Nederlandse ondernemers en werkgevers (VNO-NCW) financieren zijn gasthoogleraarschap voor de komende vijf jaar.