Overzicht

Economisch forum

Het Duits-Nederlands economisch forum is een regelmatig plaatsvindende dialoog tussen vertegenwoordigers van economie en politiek uit Nederland en Duitsland. Daarbij gaat het om het verkennen van nieuwe samenwerkingsvelden, zowel in de industrie als op het gebied van dienstverlening. Het forum beoogt een inschatting te geven van de kansen en uitdagingen bij een nog intensievere samenwerking van de twee economieën in hun Europese context. Verdere informatie vindt u hier.

Programma

Hier kunt u het programma van het economisch forum van oktober 2018 bekijken. Het eerste Duits-Nederlands economisch forum op 24 juni 2015 in het Erbdrostenhof Münster vormde het begin van een reeks regelmatig plaatsvindende bilaterale bijeenkomsten met het doel de economische samenwerking in Europa te intensiveren. Bij deze opmaat stonden vooral perspectieven en gemiste kansen centraal, maar ook risico’s in verband met de bilaterale Duits-Nederlandse economische betrekkingen. Naast presentaties van de sprekers en discussies is er ook ruimte voor inhoudelijke uitwisseling en persoonlijke gesprekken.

Sprekers

Hier vindt u meer informatie over de sprekers van het Duits-Nederlands economisch forum 2018. Aan het eerste Duits-Nederlands economisch forum op 24 juni 2015 zijn onder anderen de voorzitter van werkgeversvereniging VNO-NCW, Hans de Boer, de voorzitter van de Duitse industrievereniging BDI, Ulrich Grillo, en Aart Jan de Geus, bestuursvoorzitter van de Bertelsmann Stiftung aan het woord gekomen.

Terugblik

Met de tegenwoordige economische en financiële crisis en actuele Europese vragen, zoals TTIP, migratiekwesties en de Euroscepsis, op de achtergrond kwamen op 24 juni 2015 voor de eerste keer in het kader van het Duits-Nederlands economisch forum vertegenwoordigers uit politiek, economie en wetenschap uit Nederland en Duitsland op de Erbdrostenhof te Münster bijeen om bilaterale economische betrekkingen te bespreken. Daarna discussieerden prominente deelnemers aanzetten tot oplossingen voor bestaande uitdagingen en problemen. Bij de daaraan aansluitende netwerkborrel konden enkele vragen in persoonlijke gesprekken worden verdiept. Hier kunt u de complete tekst en de fotogalerij zien. Voor video's kunt u bovendien op ons Youtube-kanaal terecht.

Economische betrekkingen D/NL

Nederland was in 2014 voor Duitsland de op vier na belangrijkste handelspartner voor de export en de belangrijkste handelspartner voor de import. Duitsland is voor Nederland de eerste handelspartner, zowel qua uitvoer als qua invoer. Toch blijkt uit onderzoek altijd weer dat het handels­potentieel tussen de buurlanden niet optimaal wordt benut. Hier leest u meer over de oorzaken.

Gasthoogleraarschap

Het Zentrum für Niederlande-Studien van de Westfälische Wilhelms-Universität Münster biedt sinds enkele jaren met groot succes zowel een interdisciplinaire bachelor- als ook een binationale masteropleiding Nederland-Duitsland-Studies aan. Op het gebied van geschiedenis, politiek, cultuur, communicatie, economie en recht worden studenten tot deskundigen met betrekking tot Nederland en Duitsland opgeleid. Het gasthoogleraarschap heeft als doel de onderwerpen economie en recht in het onderwijs van het Zentrum für Niederlande-Studien nadrukkelijker een rol te laten spelen. Meer informatie over het gasthoogleraarschap vindt u hier.

Organisatie en Partners

Economisch forum

Het Duits-Nederlands economisch forum is een regelmatig plaatsvindende dialoog tussen vertegenwoordigers van economie en politiek van beide landen. Daarbij gaat het om het verkennen van nieuwe samenwerkingsvelden, zowel in de industrie als op het gebied van dienstverlening. Het eerste forum op 24 juni 2015 gaf een inschatting van de kansen en uitdagingen bij een nog intensievere samenwerking van de twee economieën in hun Europese context. Zo konden oplossingen worden gecreëerd voor de bestaande problematiek en voor onzekere factoren rond nationale en Europese regelingen.

Het 3e Duits-Nederlands economisch forum vindt op 23 oktober 2018 in de Freiherr-vom-Stein-Saal in het Freiherr-von-Vincke-Haus, Domplatz 36 in Münster plaats en draagt het motto "Energie in de toekomst: politieke, economische en sociale uitdagingen. Een vergelijking van Nederlandse en Duitse perspectieven". Duitsland en Nederland hebben de afgelopen jaren een aantal belangrijke besluiten aangaande energie genomen. Duitsland besloot na het Fukushima-drama (2011) op betrekkelijk korte termijn te stoppen met het gebruik van kernenergie. Sindsdien staat Duitsland voor de opgave om over te schakelen op  alternatieve energiebronnen, die ook nog CO2 besparend moeten zijn. Over dit thema zal de door de bondsregering ingestelde Kohlekommission nog dit jaar concrete aanbevelingen doen door voorstellen te formuleren over het op termijn sluiten van kolencentrales. Nederland werd op zijn beurt door  een groeiend aantal aardbevingen geconfronteerd met de gevolgen van de aardgaswinning in Groningen. Tegelijk is ook in Nederland de aandacht voor alternatieve energieopwekking sterk toegenomen. Op nationaal niveau werd in 2013  een energie-akkoord gesloten, inmiddels geactualiseerd door het Energieaccoord 2.0  dat ook in dit jaar nog verder geconcretiseerd wordt. Voor beide landen van belang is het energie-akkoord van Parijs waarin zij zich samen met andere landen verplichten tot een verdere reductie van het energieverbruik. De belangrijkste politieke partijen hebben zich geconformeerd aan CO2 afspraken. En minder afhankelijkheid van olie uit het Midden-Oosten en gas uit Rusland wordt ook belangrijk gevonden. Alles bij elkaar zijn dit ingrijpende uitdagingen. Hoe gaan Duitsland en Nederland hiermee om, wat is er al gebeurd, wat staat ons de komende jaren te wachten, hoe zijn de kansen om te komen tot een duurzaam, innovatief en concurrerend energiebeleid te komen? Over deze vragen discussiëren op het 3e Deutsch-Niederländische Wirtschaftsforum in Münster experts uit politiek, economie en maatschappij uit beide landen.

Wanneer u het programma hebt bekeken, kunt u zich per e-mail (zns@uni-muenster.de) tot 16 oktober 2018 aanmelden bij het Zentrum für Niederlande-Studien.

Terugblik

dnwf18_01
dnwf18_02
dnwf18_03
dnwf18_04
dnwf18_05
dnwf18_06
dnwf18_07
dnwf18_08
dnwf18_09
dnwf18_10
dnwf18_11
dnwf18_12
dnwf18_13
dnwf18_14
dnwf18_15
dnwf18_16
dnwf18_17
dnwf18_18
dnwf18_19
dnwf18_20
dnwf18_21
dnwf17_01
dnwf17_02
dnwf17_03
dnwf17_04
dnwf17_05
dnwf17_06
dnwf17_07
dnwf17_08
dnwf17_09
dnwf17_10
dnwf17_11
dnwf17_12
dnwf17_13
dnwf17_14
dnwf17_15
dnwf15_01
dnwf15_02
dnwf15_03
dnwf15_04
dnwf15_05
dnwf15_06
dnwf15_07
dnwf15_08
dnwf15_09
dnwf15_10
dnwf15_11
dnwf15_12
dnwf15_13
dnwf15_14
dnwf15_15
dnwf15_16
dnwf15_17
dnwf15_18
dnwf15_19
dnwf15_20
dnwf15_21
dnwf15_22
dnwf15_23
dnwf15_24
dnwf15_25
dnwf15_26
dnwf15_27
dnwf15_28
dnwf15_29
dnwf15_30
Fotos: Jürgen Peperhowe/Hermann Herden

De tandem Nederland-Duitsland als motor voor Europa

Het eerste Duits-Nederlandse Economische Forum in Münster discussieert over kansen en uitdagingen van de bilaterale betrekkingen

“De economische betrekkingen tussen Duitsland en Nederland zijn – als je het wereldwijd bekijkt – de nauwste”, zegt prof. Friso Wielenga, directeur van het Zentrum für Niederlande-Studien van de Westfälische Wilhelms-Universität Münster, bij de opening van het eerste Duits-Nederlandse Economische Forum, een gemeenschappelijk initiatief van het Zentrum für Niederlande-Studien en de Duits-Nederlandse Handelskamer.
Met de tegenwoordige economische en financiële crisis en actuele Europese vragen, zoals TTIP, migratiekwesties en de Euroscepsis, op de achtergrond kwamen op 24 juni 2015 vertegenwoordigers uit politiek, economie en wetenschap uit Nederland en Duitsland op de Erbdrostenhof te Münster bijeen om bilaterale economische betrekkingen te bespreken. Daarna discussieerden prominente deelnemers aanzetten tot oplossingen voor bestaande uitdagingen en problemen. Bij de daaraan aansluitende netwerkborrel konden enkele vragen in persoonlijke gesprekken worden verdiept.

Centraal stond de presentatie van actuele kansen en uitdagingen vanuit verschillende perspectieven: “Het steeds toenemende handelsvolumen van beide landen is inmiddels bijna vanzelfsprekend”, beklemtoonde de Nederlandse Consul-Generaal Ton Lansink in zijn welkomstwoord en voegde tegelijkertijd toe dat de Duits-Nederlandse betrekkingen vooral gekenmerkt worden door het feit dat ze ook in tijden van crisis stabiel zijn. Daarvoor zijn er ook historische, taalkundige en culturele redenen. Desondanks wordt de “as Nederland-Duitsland” nog vaak onderschat, aldus Aart Jan de Geus, bestuursvoorzitter van de Bertelsmann Stiftung in zijn statement: louter naar de grootte van beide landen kijkend, lijkt de as op het eerste gezicht asymmetrisch maar zij is als “fundamenteel” en als “motor binnen Europa” te beschouwen.

Nederland als partnerland op de Hannover Messe in 2014 en de regeringsconsultaties tussen de buurlanden in 2013 in Kleef benadrukken eens te meer het belang van deze samenwerking. Redenen ervoor zagen de experts vooral in de overeenkomsten tussen Nederland en Duitsland op het gebied van economische organisatie als de sociale markteconomie en vergelijkbare structurele voorwaarden: “Beide landen investeren vergelijkbaar weinig in onderwijs en onderzoek, hebben hoge productiekosten en hebben te maken met vergelijkbare vragen op het gebied van migratie en integratie”, legde Ulrich Grillo, voorzitter van het Bundesverband der Deutschen Industrie (BDI), uit. Voor de samenwerking van beide landen heeft men echter concrete projecten nodig om op andere gebieden de bilaterale coöperatie te bevorderen, accentueerde zijn Nederlandse collega, Hans de Boer, voorzitter van werkgeversorganisatie VNO-NCW. Er bestaan “terreinen die extra aandacht vragen”. Vooral investeringen in o.m. de infrastructuur en Trans-Europese Netwerken (TEN’s) zijn nodig. Tegelijkertijd stelde De Boer voor innovatieve ideeën te gebruiken en zijn land “als laboratorium” te beschouwen. Deze suggestie nam de presentatrice van de aansluitende discussie op het podium, anna Planken (WDR), als aanleiding om de bestuursvoorzitter van de Miele & Cie. KG, dr. Reinhard Zinkmann, te vragen of je als ondernemer niet gebruik zou moeten maken van dit aanbod. Zinkmann bevestigde vervolgens dat Nederland niet alleen de oudste buitenlandse markt van Miele was maar inderdaad ook vaak als testgebied voor nieuwe producten werd ingezet, vooral ook vanwege de grootte van het land.

Het “samen zijn we sterker”-effect dat prof. Kees van Paridon, econoom aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, in de discussie in dit verband beklemtoonde, bevestigde Aart Jan de Geus met het oog op sommige culturele verschillen: Nederlanders zijn eerder “pragmatisch, ondernemend, open en innovatief, de Duitsers daarentegen zorgvuldig, solide, betrouwbaar maar ook minder geneigd tot experimenten.” Dit pakte ook Grillo op: beide landen kunnen van elkaar leren. Op die manier dragen bijvoorbeeld de “Nederlandse structuren die in staat zijn zich aan te passen tot het succes van Duitse ondernemers” bij. De Duitse BDI-president voegde eraan toe: “Goede betrekkingen zijn niet vanzelfsprekend, men moet ze onderhouden en uitbreiden.” Hier noemde hij vanuit zijn visie vooral drie uitdagingen die alleen op Europees niveau opgelost zouden kunnen worden: energie, industrie 4.0 en TTIP.

Bij deze complexe onderwerpen is het bijzonder belangrijk om in beide landen en in geheel Europa de eventuele angst van de bevolking voor veranderingen serieus te nemen, zoals prof. dr. Reinhard Klenke, Regierungspräsident van het Regierungsbezirk Münster, in zijn slotwoord benadrukte. Op die manier zou men de visie van Aart Jan de Geus kunnen realiseren en “Nederland en Duitsland werken in Europees belang aan hetzelfde doel”. Alle sprekers moedigden vooral ook de aanwezige studenten aan om deel te nemen aan actuele binationale en Europese vragen en om de gemeenschappelijke toekomst actief te vormen. Klenke vroeg ter afsluiting alle aanwezigen om in dit verband de installatie van een voor beide landen belangrijke bijzonder hoogleraar economie en recht voor de Duits-Nederlandse betrekkingen, een initiatief van het Zentrum für Niederlande-Studien, te ondersteunen.

Programma van het forum 2018

14.15 u. Opening

Prof. Dr. Friso Wielenga, Zentrum für Niederlande-Studien, Münster
Frau Dorothee Feller, Regierungspräsidentin des Regierungsbezirks Münster

14.30 - 15.00 u. Inleiding

Het energielandschap in heden en toekomst in Nederland en Duitsland

Dr. Pieter Boot (Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag)

15.00 - 16.00 u. Discussie

Energie van de toekomst: politiek-economische aspecten

Dr. Pieter Boot (Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag)
Lex Hartman
(TenneT, Arnheim)
Otto Fricke
(MdB (FDP), Berlin)
Gespreksleiding: Dr. Heiner Wember (WDR, Münster)

16.00 - 16.30 u. Pauze

16.30 - 17.30 u. Discussie

Energie van de toekomst: sociale aspecten

Dr. Julia Wittmayer (Dutch Research Institute For Transitions, Rotterdam)
Frits de Groot (VNO-NCW, Den Haag)
Winfried Lange (DGB Münsterland, Münster)
Udo Sieverding (Verbraucherzentrale NRW, Düsseldorf)
Gespreksleiding: Dr. Heiner Wember (WDR, Münster)

17.30 Uhr Afsluitende borrel

 

Wanneer u het programma hebt bekeken, kunt u zich per e-mail (zns@uni-muenster.de) tot 16 oktober 2018 aanmelden bij het Zentrum für Niederlande-Studien.

Sprekers 2018

Dr. Pieter Boot

Dr. Pieter Boot

Planbureau voor de Leefomgeving

Dr. Pieter Boot (1955) is sectorhoofd van de sector Klimaat, Lucht en Energie van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Het PBL draagt bij aan de kwaliteit van het nationale regeringsbeleid door op basis van gefundeerd wetenschappelijk onderzoek advies te geven bij politiek-bestuurlijke afwegingen. Eerder was Pieter Boot werkzaam bij het Internationaal Energie Agentschap als directeur Duurzaam Energiebeleid en Technologie en als plaatsvervangend directeur-generaal bij het ministerie voor Economische Zaken. Hij is gepromoveerd in de economische wetenschappen.

Dorothee Feller

Dorothee Feller

Regierungspräsidentin des Regierungsbezirks Münster

Dorothee Feller is sinds september 2017 Regierungspräsidentin van Münster (hoofd van het deelstaatdistrict Münster). Sinds 2008 bekleedde ze al de functie van vaste plaatsvervanger van haar voorganger. Als jong juriste begon ze haar loopbaan in 1996 bij het district Münster. Ze had meerdere functies op diverse afdelingen en was ook werkzaam op het ministerie van Binnenlandse Zaken van de deelstaat Noordrijn-Westfalen. Een goede samenwerking met de aangrenzende Nederlandse provincies staat voor Feller hoog op de agenda.

Otto Fricke

Otto Fricke

MdB (FDP)

Otto Fricke (52) is lid van de Duitse Bondsdag en begrotingswoordvoerder van de FDP-fractie. Na middelbare school en militaire dienst, o.a. in Nederland, studeerde hij rechtswetenschappen in Freiburg. Sinds 1995 is hij als advocaat in Krefeld-Uerdingen werkzaam. Hij was al eerder van 2002 tot 2013 lid van de Bondsdag, van 2005 tot 2009 voorzitter van de begrotingscommissie en van 2009 tot 2013 secretaris van de FDP-fractie. Van 2009 tot 2013 gaf hij leiding aan de Duits-Nederlandse parlementariërsgroep – niet in de laatste plaats omdat hij vloeiend  Nederlands spreekt.

Frits de Groot

Frits de Groot

VNO-NCW/MKB-Nederland

Frits de Groot is teammanager milieu, energie, ruimtelijke ordening, transport en infrastructuur bij de Nederlandse werkgeversorganisatie VNO-NCW en MKB-Nederland. Hij heeft zitting in diverse nationale en internationale raden m.b.t. de thema’s energie, klimaatverandering en duurzaamheid, o.a. in het Industrial Affairs Committee van Business Europe, hij is tweede voorzitter van het BIAC Environment and Energy Committee, zit in de Commission on Environment and Energy van de ICC, is lid van de Dutch Sustainable Growth Coalition en zit in de adviescommissie van MVO Nederland.

Günter Gülker

Günter Gülker

DNHK

Günter Gülker is sinds 2013 CEO van de in Den Haag gevestigde Duits-Nederlands Handelskamer (DNHK). Voor zijn aantreden als CEO was Günter Gülker sinds 2004 plaatsvervangend directeur van de DNHK. Hij gaf leiding aan de afdeling exportadvies van de Handelskamer en heeft zich daarbij bewezen als expert op het gebied van advisering bij het betreden van de Duitse markt. Verder was Günter Gülker in de jaren 2011 en 2012 tevens plaatsvervangend directeur van de Duitse Industrie- en Handelskamer voor Zuidelijk Afrika in Johannesburg.

Lex Hartman

Lex Hartman

TenneT

Lex Hartman (1956) is sinds 2008 lid van de Raad van Bestuur (niet-statutair directeur), directeur Corporate Development van de Nederlandse stroomnetbeheerder TenneT Holding B.V. en lid van de directie van TenneT TSO B.V.. Sinds 2010 is hij lid van de directie van TenneT GmbH & Co KG. Tot 1995 was de Nederlander werkzaam als docent Marketing en Management en als advocaat. Vervolgens werkte hij vier jaar als manager bij de ondernemersorganisatie Metaalunie. Van 1999 tot 2008 had hij een managementsfunctie bij TenneT TSO B.V. . Bovendien is hij lid van de directie van TenneT Verwaltungs GmbH, lid van de Raad van Commissarissen van NOVEC B.V., voorzitter van de directie van BritNed Developement Ltd., directeur van NLink International B.V. alsook lid van de Raad va Bestuur van FLOW- Far and Large Offshore Wind.

Winfried Lange

Winfried Lange

DGB Münsterland

Winfried Lange was 27 jaar werkzaam in de meubelindustrie in Ostwestfalen, meer dan 20 jaar lid en 15 jaar voorzitter van de ondernemingsraad en de overkoepelende ondernemingsraad. Hij nam deel aan de cao-onderhandelingen voor de meubelindustrie van de vakbond Hout en Kunststof, waarin hij eerst op lokaal en regionaal niveau als lid actief was en later in het hoofdbestuur functies vervulde, tot de fusie met de vakbond IG Metall in het jaar 2000. Sinds 2003 is Winfried Lange werkzaam bij het Duitse Verbond voor Vakverenigingen (Deutscher Gewerkschaftsbund/DGB), leidde tot 2007 de afdeling Minden en was tot 2013 bij de DGB Bielefeld. Sinds december 2013 geeft hij leiding aan de DGB Regio Münsterland.

Prof. dr. Kees van Paridon

Prof. dr. Kees van Paridon

Erasmus Universiteit Rotterdam

Prof. dr. Kees van Paridon werkte sinds zijn promotie in 1987 eerst voor het Nederlandse Centraal Planbureau (CPB) aan economische prognoses. Van 1992 tot 2002 was hij bovendien buitengewoon hoogleraar voor economische ontwikkeling in Duitsland en Duits-Nederlandse economische betrekkingen aan de Vrije Universiteit Amsterdam. In 1999 werd Van Paridon professor in de economie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Udo Sieverding

Udo Sieverding

Verbraucherzentrale NRW

Udo Sieverding werkt sinds 1998 bij de Verbraucherzentrale (consumentenorganisatie) NRW en houdt zich bezig met het thema milieubescherming. Sinds 2007 geeft de geograaf leiding aan de afdeling Energie en is lid van het bestuur van de Verbraucherzentrale NRW. Hij is een veelgevraagd deskundige op het gebied van milieubescherming, de omvorming van het energiesysteem en de digitalisering van de energiesector. Udo Sieverding vertegenwoordigt de Verbraucherzentrale NRW in diverse organen en raden, o.a. in de raad van de Agora Energiewende en bij de Schlichtungsstelle Energie (bemiddelingsorgaan).

Dr. Heiner Wember

Dr. Heiner Wember

WDR

Dr. Heiner Wember (58, Münster), radiojournalist en voormalig bankemployee, is niet onbekend met het thema economie en energie. Hij werkt als auteur voor het meest succesvolle Duitse radioprogramma ZeitZeichen/Stichtag, waar dagelijks ca. 2,5 miljoen mensen naar luisteren en dat 15 miljoen keer per jaar wordt gedownload. Wember wil economische thema’s op een zodanige manier presenteren dat ze de kern raken en goed te begrijpen zijn. Dit doel streeft hij ook na bij zijn werkzaamheden als docent in het hoger onderwijs, o.a. aan de journalistenschool in Reutlingen.

Prof. dr. Friso Wielenga

Prof. dr. Friso Wielenga

ZNS/WWU Münster

Prof. Dr. Friso Wielenga is sinds 1999 professor voor moderne en eigentijdse geschiedenis en directeur van het Zentrum für Niederlande-Studien (ZNS) aan de Westfälische Wilhelms-Universität Münster. Daarvoor doceerde hij aan de Rijksuniversiteit Groningen en aan de Universiteit Utrecht, waar hij o.a. buitengewoon hoogleraar voor moderne Duitse geschiedenis en voor Nederlands-Duitse betrekkingen was.

Dr. Julia Wittmayer

Dr. Julia Wittmayer

DRIFT

Dr. Julia Wittmayer werkt bij DRIFT (Dutch Research Institute for Transitions) aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Ze is geïnteresseerd in rollen, sociale relaties en de interactie van actoren in transformatieprocessen. Haar belangstelling gaat bovendien uit naar initiatieven in stedelijke gebieden en op lokaal niveau, in het bijzonder de rol van onderzoek en transdisciplinaire processen. Momenteel onderzoekt ze de sociale dimensies van veranderingen in energiesystemen en de rol die  sociale innovaties daarbij spelen.

Economische betrekkingen D/NL

Nederland was in 2014 voor Duitsland achter Frankrijk, de VS, de UK en China de op vier na belangrijkste handelspartner voor de export en de belangrijkste handelspartner voor de import. Duitsland is voor Nederland de eerste handelspartner, zowel qua uitvoer als qua invoer. „De economische relatie tussen beide landen kan alleen in superlatieven worden beschreven“, zei minister-president Mark Rutte bij de opening van de Hannover Messe 2014, waarbij Nederland partnerland was.

Toch blijkt uit onderzoek altijd weer dat het handelspotentieel tussen de buurlanden niet optimaal wordt benut. Debet daaraan zijn o. a. gebrek aan kennis van het andere land, verschillen in economische en maatschappelijke structuren evenals verschillende wettelijke regelingen en voorschriften. Ook het feit dat Duitsers en Nederlanders elkaars taal onvoldoende spreken, speelt hier een grote rol.

Traditioneel nauwe betrekkingen

Duitsland en Nederland onderhouden traditioneel nauwe politieke en culturele betrekkingen en zijn ook economisch sterk met elkaar vervlochten. “Aan de Nederlandse kant van de grens bestaan zo’n 2.200 Duitse vestigingen, in Duitsland zo’n 1.600 vestigingen met een Nederlands moederbedrijf”, aldus de Nederlands-Duitse Handelskamer (DNHK). De hechte economische band tussen Duitsland en Nederland komt verder tot uitdrukking in het cijfer van 16.000 grenspendelaars, die in Duitsland wonen en in Nederland werken. Omgekeerd wonen er 70.000 Duitse staatsburgers in Nederland, waarvan er 27.000 ook in Nederland werken.

Het Nederlandse poldermodel oogstte in Duitsland lang grote bewondering. Vooral in de jaren negentig werd de economie gekenmerkt door lage werkloosheid en sterke economische groei. Bij het begin van de economische en financiële crisis belandde Nederland in een recessie en er werd een strikt bezuinigingsbeleid ingezet. Afgezien van de export vertoonden in 2013 bijna alle bbp-componenten negatieve cijfers. De omvang van de export bereikte een recordwaarde van 430 miljard euro. De voornaamste afnemers van Nederlandse goederen buiten de landsgrenzen bevinden zich in het buurland Duitsland: in 2013 passeerden goederen ter waarde van 160 miljard euro de grens.

Gemiste kansen

De Nederlandse exportfederatie FENEDEX (2011) heeft berekend dat Nederland elk jaar goederen ter waarde van vele miljarden euro extra naar Duitsland zou kunnen exporteren als er meer kennis zou bestaan van Duitse omgangsvormen, Duitse wetten en de Duitse taal. Uit het onderzoek blijkt duidelijk dat de problematiek rond de exportontwikkeling haar oorsprong vindt in de verschillende politieke, economische en juridische structuren. De ontbrekende kennis van het andere land speelt hier een beslissende rol

Bernard Wientjes, van 2005 tot juli 2014 voorzitter van de Nederlandse ondernemingsorganisatie VNO-NCW, onderstreepte in januari 2011 in de Volkskrant het belang van uitbreiding van de samenwerking tussen Nederland en Duitsland. „ Wij moeten onze goede buur koesteren.“ Tegenover de Nederlands-Duitse Handelskamer pleitte hij ervoor dat ondernemers, overheid en politiek alsook scholen en universiteiten in Nederland zich permanent inzetten voor een goede en vruchtbare samenwerking met Duitsland. Hier is duidelijk een taak weggelegd voor universiteiten en hogescholen.

Export als steun

De cijfers spreken een duidelijke taal. Afgelopen jaar werden tussen onze beide landen goederen ter waarde van in totaal 160 miljard euro over de grens vervoerd – ondanks de crisis een nieuw record. Ook de Nederlandse investeringen in Duitsland groeien elk jaar verder en belopen nu meer dan 122 miljard euro. Geen enkel ander land heeft ook maar bij benadering zoveel in Duitsland geïnvesteerd. Na de Verenigde Staten en Canada hebben onze beide landen de omvangrijkste bilaterale economische betrekkingen ter wereld.

Mark Rutte, Nederlandse minister-president tijdens de eerste regeringsconsultatie tussen Nederland en Duitsland op kabinetsniveau 2013 in Kleve

Hauptabnehmerländer der Niederlande 2012
Hauptlieferländer der Niederlande 2012

Relatie in cijfers

0
procent van de Nederlandse export ging in 2013 naar Duitsland
0
Duitse bedrijfsvestigingen in Nederland
0
Nederlandse bedrijfsvestigingen in Duitsland
0
Duitse grensarbeiders in Nederland

Gasthoogleraarschap

Het Zentrum für Niederlande-Studien (ZNS) van de Westfälische Wilhelms-Universität Münster biedt sinds enkele jaren met groot succes zowel een interdisciplinaire bachelor- als ook een binationale masteropleiding Nederland-Duitsland-Studies aan. Op het gebied van geschiedenis, politiek, cultuur, communicatie, economie en rechten worden studenten opgeleid tot deskundigen met betrekking tot Nederland en Duitsland – en tot bruggenbouwers tussen beide landen.

Ter versterking van het economisch profiel is sinds oktober 2016 het gasthoogleraarschap “Nederlands-Duitse economische betrekkingen in Europese context” ingesteld. De leerstoel wordt op dit moment bekleed door Prof. Dr. Kees van Paridon. Hij verzorgt twee collegecycli per jaar. Daarnaast begeleidt hij bachelor- en masterscripties op het terrein van de leerstoel. Van Paridon geeft één keer per jaar in het ZNS een openbare lezing over een thema uit zijn onderzoeksgebied. Deze lezing wordt in het jaarboek van het ZNS gepubliceerd.

Prof. Dr. Kees van Paridon heeft de taak om wetenschappelijk onderzoek te doen naar de Duits-Nederlandse economische betrekkingen in een Europees referentiekader. In het bijzonder houdt hij zich bezig met de verbetering van de exportvoorwaarden tussen de beide landen. In samenwerking met collega’s van andere universiteiten en onderzoeksinstituten, alsook met specialisten uit de industriële sector zelf, zullen nieuwe onderzoeksvelden worden ontsloten. Hierbij valt te denken aan een vergelijking van de regionale economische banden van de Duits-Nederlandse situatie met die van andere buurlanden in Europa. Bovendien kan dit worden onderzocht in het kader van gemeenschappelijke Europese onderzoeksprojecten.

Jaarlijks organiseert Van Paridon, naast zijn werkzaamheden in onderzoek en onderwijs, in samenwerking met andere stafleden van het Zentrum en met de Duits-Nederlandse Kamer van Koophandel (DNHK) een Duits-Nederlandse economische conferentie onder de naam “Duits-Nederlands economisch forum”.

Van Paridon versterkt het universitaire onderwijs binnen de bachelor- en masteropleidingen Nederland-Duitsland-Studies, evenals het onderzoek van het ZNS. De Duits-Nederlandse Kamer van Koophandel in Den Haag en de vereniging van Nederlandse ondernemers en werkgevers (VNO-NCW) financieren zijn gasthoogleraarschap voor de komende vijf jaar.